Groningen is de grootste stad van het Noorden en voelt toch compact. De binnenstad verken je makkelijk te voet, langs grachten, smalle straatjes en hofjes. Door de universiteit en de hogescholen is een groot deel van de inwoners student, en dat merk je: overal fietsen, volle cafés en een stad die tot laat leeft.
Boven alles uit steekt de Martinitoren, door de Groningers d'Olle Grieze genoemd. Hij staat bij de Martinikerk aan de Grote Markt, het grote plein waar de stad samenkomt. Ernaast ligt het Forum, een cultuurgebouw met bioscoopzalen, tentoonstellingen en een dakterras met uitzicht over de daken. Tegenover het station staat het Groninger Museum op een eiland in het water. Het kleurrijke gebouw is net zo opvallend als de kunst en het design die erin te zien zijn.
Voor rust ga je naar de Prinsentuin, een ommuurde tuin met hagen, rozen en een kruidentuin achter het Prinsenhof. Het Noorderplantsoen, aan de rand van de binnenstad, is het park waar Groningers wandelen, hardlopen en op zomeravonden op het gras zitten. Rond de Vismarkt en de Der Aa-kerk vind je kleine winkels, en op marktdagen staan er kramen met vis, kaas en groente.
Groningen proef je in de Groninger koek, een kruidige ontbijtkoek, en in mosterdsoep, die je hier op veel kaarten ziet. Bij de borrel hoort een eierbal of een plak Groninger metworst. Buiten de stad begint het Groningerland, met dorpen op wierden en oude borgen zoals de Menkemaborg in Uithuizen.