Tilburg was eeuwenlang een stad van wol en weverijen. De fabrieken zijn gesloten, maar veel gebouwen staan er nog en kregen een nieuw leven als museum, bibliotheek of werkplaats. Dat geeft de stad een stoer, industrieel karakter. Met de universiteit en de hogescholen is Tilburg ook een jonge stad, en in poppodium 013 spelen bands uit binnen- en buitenland.
Achter het station ligt de Spoorzone, het vroegere werkplaatsterrein van de spoorwegen. Hier staat de LocHal, de hal waar ooit locomotieven werden onderhouden en waar nu de bibliotheek zit, met lange tafels, hoge ramen en houten tribunes. Ook als je geen boek zoekt, kun je er gaan zitten en rondkijken. Het TextielMuseum laat zien waar de stad groot mee werd. In de oude fabriek wordt nog altijd geweven en gebreid, en in het TextielLab kijk je ontwerpers over de schouder mee. Museum De Pont, in een voormalige wolspinnerij, toont hedendaagse kunst in grote, lichte zalen.
Het hart van de stad is de Heuvel, een plein vol terrassen. Een paar straten verderop staat het Paleis-Raadhuis, gebouwd als paleis voor koning Willem II, die een sterke band met Tilburg had. Aan de Piushaven, een oude haven aan het Wilhelminakanaal, zit je aan het water tussen restaurants en cafés. Bestel er een Brabants worstenbroodje of een La Trappe, het trappistenbier dat de monniken van de abdij Koningshoeven in Berkel-Enschot brouwen, aan de oostkant van de stad.
Wie groen zoekt, hoeft niet ver. Net buiten Tilburg ligt de Kaaistoep, een natuurgebied met heide, bos en vennen. Iets verder naar het oosten beginnen de Oisterwijkse Bossen en Vennen, met zandpaden tussen dennen en stille vennen.