Keulen werd door de Romeinen gesticht aan de Rijn en is een van de oudste steden van Duitsland. Die geschiedenis zie je in kerken, stadspoorten en opgegraven muren, maar de stad zelf voelt ongedwongen. Keulenaars zijn trots op hun dialect, hun bier en hun carnaval.
De Dom staat pal naast het station en is het beeld dat iedereen van Keulen kent: een gotische kathedraal met twee torenspitsen, op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Via een smalle wenteltrap klim je de zuidtoren op voor uitzicht over de Rijn en de stad. Binnen staat achter het altaar het gouden Driekoningenschrijn, waarvoor eeuwenlang pelgrims naar Keulen kwamen.
Vlak bij de Dom laat het Museum Ludwig moderne kunst zien, met veel werk van Picasso en de popart.
In de Altstadt drink je Kölsch in een brouwhuis. Een ober in blauw schort, de Köbes, zet het bier in smalle glaasjes neer en brengt een nieuw zolang je geen bierviltje op je glas legt. Bestel er Himmel un Ääd bij, aardappelpuree met appel en bloedworst, of een Halve Hahn, een roggebroodje met belegen kaas. Daarna loop je over de Rijnpromenade naar de Hohenzollernbrücke, waarvan de hekken vol liefdesslotjes hangen.
Stroomopwaarts ligt de Rheinauhafen, een oude haven met pakhuizen en de drie Kranhäuser, gebouwen in de vorm van een omgekeerde hijskraan. Om te winkelen ga je naar de Schildergasse en de Hohe Straße in het centrum.