Leipzig is al eeuwen een handelsstad. Kooplieden trokken hierheen voor de beurzen, en dat zie je nog in de binnenstad. Tussen de straten lopen overdekte passages met glazen daken, vol winkels, cafés en restaurants. De bekendste is de Mädler Passage. In de kelder eronder zit Auerbachs Keller, het wijnlokaal waar Goethe een scène uit Faust liet spelen. Rond de Nikolaistraße liggen boetieks en koffiebars dicht naast elkaar.
Leipzig is ook een muziekstad. Johann Sebastian Bach was cantor van de Thomaskirche en ligt er begraven. In diezelfde kerk zingt nog altijd het Thomanerchor, een jongenskoor met eeuwen traditie. Het Gewandhausorchester speelt in het Gewandhaus aan de Augustusplatz. Een paar straten verder staat de Nikolaikirche. Hier begonnen de maandagsgebeden die uitgroeiden tot de vreedzame revolutie in de DDR.
Ten westen van het centrum liggen Plagwitz en Lindenau, oude fabriekswijken langs het Karl-Heine-Kanal. De bakstenen hallen van de Spinnerei waren ooit een katoenspinnerij. Nu werken er schilders en zitten er galerieën, en hier ontstond de Neue Leipziger Schule. Op de muren in de wijk zie je street art.
Je bent snel in het groen. Het Clara-Zetkin-Park gaat over in de Leipziger Auenwald, een ooibos dat dwars door de stad loopt. Ten zuiden van de stad ligt de Cospudener See, een voormalige bruinkoolgroeve die nu een zwemmeer met zandstranden is. In Zoo Leipzig loop je in Gondwanaland door een tropische hal met regenwoud. Bij de bakker proef je een Leipziger Lerche, een zandtaartje met amandelspijs. In een Saksisch restaurant bestel je Leipziger Allerlei, een gerecht van jonge groenten.