Utrecht draait om de Dom. De Domtoren is de hoogste kerktoren van Nederland en steekt overal in de binnenstad boven de daken uit. Tussen de toren en de Domkerk ligt het Domplein. Dat plein is er omdat een zware storm eeuwen geleden het middenschip van de kerk liet instorten. In de bestrating zie je nog waar het schip stond. Achter de kerk ligt de Pandhof, een ommuurde kloostertuin met kruidenbedden en gotische kloostergangen.
De Oudegracht maakt Utrecht anders dan andere grachtensteden. Het water ligt diep, en langs de kades liggen werven met werfkelders waar handelaren vroeger hun goederen opsloegen. Nu zitten er restaurants en cafés in, met tafels op de werf vlak boven het water. Een trap hoger loop je op straatniveau langs de winkels: de bekende ketens in de Lange Viestraat en rond Vredenburg, kleinere zaken in straten als de Twijnstraat en de Zadelstraat.
Utrecht is ook de stad van Nijntje. Tekenaar Dick Bruna woonde en werkte hier, en in het Nijntje Museum staat zijn konijntje centraal. Het Centraal Museum toont oude meesters naast meubels van Gerrit Rietveld. Zijn Rietveld Schröderhuis in Utrecht-Oost staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. In Museum Speelklok hoor je draaiorgels en speelklokken spelen. Aan de Neude staat het voormalige hoofdpostkantoor: onder de hoge parabolische bogen van de postkantoorhal zit nu de bibliotheek.
Vlak buiten de stad, in Haarzuilens, ligt Kasteel de Haar, het grootste kasteel van Nederland. Architect Pierre Cuypers bouwde het op de resten van een middeleeuwse burcht, met torens, slotgrachten en ophaalbruggen. Binnen loop je door neogotische zalen vol houtsnijwerk en glas-in-lood, waar de familie Van Zuylen haar gasten ontving. Voor het park eromheen werd zelfs het oude dorp Haarzuilens verplaatst. Neem de tijd voor de lanen, de vijvers, de bruggetjes en de rozentuin.