Den Haag heeft twee gezichten. In het centrum zetelen regering en koning, aan de kust ligt Scheveningen met zijn strand en boulevard. Met de tram ga je van het ene naar het andere, zodat je op één dag allebei ziet.
Het hart van de stad ligt rond de Hofvijver. Aan het water staat het Mauritshuis, een zeventiende-eeuws stadspaleis met een kleine maar rijke collectie: het Meisje met de parel en Gezicht op Delft van Vermeer, Het puttertje van Fabritius en De anatomische les van Rembrandt. Om de hoek ligt het Plein, met terrassen onder de bomen en het standbeeld van Willem van Oranje. Het Lange Voorhout is een statige laan met oude bomen en herenhuizen, en iets verderop staat Paleis Noordeinde, het werkpaleis van de koning.
Den Haag is ook de stad van het internationale recht. In het Vredespaleis, met zijn torens van baksteen, zetelt het Internationaal Gerechtshof. Het Kunstmuseum Den Haag bezit een grote Mondriaan-collectie, met zijn laatste werk Victory Boogie Woogie. In Panorama Mesdag sta je midden in een rondom geschilderd Scheveningen zoals het er in de negentiende eeuw uitzag.
In Scheveningen zelf loop je over de boulevard langs het Kurhaus, het grote badhotel dat het silhouet van de kust bepaalt. De Pier steekt de zee in, en in het oude dorp staat de vuurtoren. Op het strand liggen paviljoens met uitzicht over de Noordzee.
Proeven hoort erbij. Een verse haring eet je bij een haringkar, met of zonder uitjes. De Indische keuken heeft diepe wortels in de stad: in een van de vele Indonesische restaurants bestel je een rijsttafel. Aan de kust eet je verse vis met de zee voor je.