Parijs ken je al voordat je er bent. De Seine verdeelt de stad in de Rive Droite en de Rive Gauche, en langs het water liggen het Louvre en het Musée d'Orsay. Toch zit de stad vooral in de details: de grijze zinken daken, de groene bankjes langs de kades en de cafés waar de stoelen naar de straat gericht staan.
De Eiffeltoren staat al meer dan honderd jaar boven de stad. Je gaat met de lift naar boven of neemt de trappen naar de lagere verdiepingen, en ziet dan hoe de boulevards als spaken uit de pleinen lopen. In het Louvre vind je de Mona Lisa en de Venus van Milo, maar ook de zalen met Egyptische en Griekse kunst zijn een eigen ochtend waard. Parijs telt meer dan honderd musea, dus kies bewust.
De Arc de Triomphe liet Napoleon bouwen ter ere van zijn legers. Onder de boog ligt het graf van de Onbekende Soldaat uit de Eerste Wereldoorlog. Vanaf het dak kijk je recht over de Champs-Élysées, de brede laan met statige gevels en luxe winkels die je te voet terugbrengt naar de Place de la Concorde en de Tuilerieëntuin.
In Le Marais lopen smalle straten langs oude stadspaleizen, galeries en kleine boetieks, met in het midden de Place des Vosges en zijn arcaden. Montmartre ligt op een heuvel in het noorden. Picasso en Van Gogh woonden hier, op de Place du Tertre zetten schilders hun ezels neer en vanaf de trappen van de Sacré-Coeur zie je de stad onder je liggen.
Proeven doe je in Parijs zonder omwegen: een croissant van de bakker op de hoek, een crêpe uit een kraam, kaas en wijn op een terras. Of koop een stokbrood en ga ermee aan de Seine zitten, zoals de Parijzenaars zelf doen.